skip to Main Content

Maria Ponderus begraven in ’s Gravensande

Maria Ponderus Begraven In ’s Gravensande

Stadsplattegrond in 1652 getekend door Joan Blaeu.

Afbeeldingsresultaat voor 's gravenzande hervormde kerk geschiedenis

Maria van Aerden-Ponderus geboren in Monster op 27 januari in 1672 is op 20 april 1764 overleden te ’s Gravenhage en op 28 april 1764 begraven in het familiegraf in de kerk van ’s Gravensande. In dat graf lagen reeds haar vader Antonius Ponderus overleden in 1713 en haar moeder Françoise van Barthem overleden in 1715. Haar broer Johannes gedoopt in Monster in 1669 was aldaar ook begraven in 1703. Onbekend is of haar oudste broer Maurits gedoopt in Monster in 1667 ook daar lag begraven.

’s Gravensande was in de 17e en 18e eeuw een veel begeerde plek om een buitenplaats te laten bouwen vanwege het uitstekende miniklimaat, waardoor zelfs bijzonder vruchten als ananas en abrikozen konden groeien. Vanwege dat gunstige miniklimaat van het Westland verbleven de Oranjes liever in Paleis Honserlersdijk dan in het veel grotere en imposantere Paleis Huis ter Nieuburch in het 7 km(Sic!) verder gelegen Rijswijk. Rijke handelaren, magistraten en reders bouwden in ’s Gravensande kapitale villa’s/landhuizen en legden barokke tuinen en fraaie parken aan. Er zijn in ‘s-Gravenzande zo’n twaalf van deze buitenplaatsen geweest.

Het gunstige klimaat en de nabijheid van grote steden zorgde voor de opkomst van tuinbouw op de (voormalige) tuinen en parken van de buitenplaatsen. De intensieve tuinbouw kwam echter pas na 1800 tot ontwikkeling. De hoger gelegen zandgronden waren uitstekend geschikt voor de teelt van vroege aardappelen, asperges en tulpen. De buitenplaatsen verdwenen evenals het prachtige paleis Honselersdijk allemaal onder de kassen van het Westland….

De kerk van ’s Gravensande werd in de loop der tijden steeds vergroot. Prestige in combinatie met voldoende geld zal een verleiding zijn geweest. Op de verhoogde toren kwam ook nog een gemetselde spits te staan waardoor de totale hoogte ca 90 meter bedroeg. Uiteindelijk stortte de toren eeuwen later in op 5 mei 1809 en verwoestte daarbij een groot deel van de middeleeuwse kerk. Uit berichten bleek dat het een windstille dag was. De ophoging van de toren is mogelijk een van de oorzaken van de instorting geweest. Men vermoedt dat de overgang van de kerk naar de toren altijd al een zwakke plek was. De onderbouw van de toren was niet berekend op de totale hoogte van de toren die in zijn geheel uit steen bestond. In combinatie met achterstallig onderhoud is de kerk in verval geraakt en de toren uiteindelijk ingestort. Het is bekend dat kort voordat de toren instortte, er al tekenen waren dat het niet goed zat. In de periode vlak voor de instorting vielen er al brokstukken van de toren. Ook wist men van scheuren in het metselwerk.

Jammer. Het familiegraf van Ponderus is niet meer tussen het puin teruggevonden. De toren van de kerk was overigens twee eeuwen lang voor de zeelieden een baken geweest. Wanneer een kapitein deze hoge toren met die van de Nieuwe Kerk in Delft (109 meter) in een rechte lijn zag, was hij verzekerd dat zijn schip recht de monding van de Maas in zeilde.

Door geldgebrek kon de kerk niet worden hersteld.Het gebeurde immers in de Franse tijd. In 1814 werd de bouw van een nieuwe kerk gestart met een gift van 7000 gulden van Koning Willem I. In 1816 is de huidige Hervormde kerk in gebruik genomen. Veel kleiner dan zijn voorganger.

 

Back To Top